Koolmezen dood door bestrijding buxusmot?

Opgave 3 (vraag 16 t/m 20) uit eindexamen Biologie VWO 2024 tijdvak 1

Vraag A
[M] Molecuul- en celniveau[M4] Moleculaire en cellulaire interactie [Biologie voor Jou] H6: Mens en Milieu
2p

In het voorjaar van 2018 kwamen er verontrustende berichten over opvallend veel dode koolmeesjongen in nestkasten. Ook Henriëtte had zo'n nestje met dode koolmezen in de tuin. De koolmees (Parus major, afbeelding 1) is een veelvoorkomende broedvogel in Nederland. De koolmees leeft van zaden en insecten. Totdat jonge koolmezen het nest verlaten, worden ze door hun ouders gevoerd met kleine insecten zoals de rupsen van de buxusmot.

In 2018 en 2019 hadden veel Nederlandse tuineigenaren last van de rupsen van de buxusmot. Ook Henriëttes buxus-heg werd kaalgevreten. In het tuincentrum haalde ze toen een middel om de buxusmot te bestrijden.

Henriëtte vraagt zich nu af of het nestje dode koolmeesjes in haar tuin misschien het gevolg was van dit bestrijdingsmiddel. Veel insectenbestrijdingsmiddelen behoren tot de pyrethroïden. Deze stoffen verhinderen het sluiten van de spannings-afhankelijke Na+Na^{+}-kanalen in de uitlopers van neuronen.

Over het effect van pyrethroïden op een neuron worden de volgende uitspraken gedaan: 1 Door pyrethroïden ontstaan er constant nieuwe impulsen in de axonen. 2 Doordat de Na+Na^{+}-kanalen niet sluiten, treedt hyperpolarisatie op. 3 De oorspronkelijke rustpotentiaal wordt niet meer bereikt.

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag B
[P] Populatie- en ecosysteemniveau[P3] Interactie in ecosystemen[Biologie voor Jou] H6: Mens en Milieu
1p

In het voorjaar van 2019 hebben onderzoekers van het Centrum voor Landbouw en Milieu 41 nesten met dode jonge koolmezen onderzocht op aanwezigheid van diverse bestrijdingsmiddelen in de koolmezen. Er waren nesten uit stedelijke gebieden waar bestrijdingsmiddelen tegen de buxusmot waren gebruikt, uit stedelijke gebieden waar dit niet was gebeurd, en uit bossen. In geen van de 41 onderzochte nesten werden de insecticiden aangetroffen die werden gebruikt tegen de buxusmot. In tabel 1 zijn de bestrijdingsmiddelen weergegeven die wel werden aangetroffen in de dode koolmezen op de verschillende plaatsen.

Verontrustend was de aanwezigheid van DDT in veel van de dode jonge koolmezen. DDT is al meer dan 50 jaar een verboden stof in Nederland. Deze gegevens laten zien hoe slecht afbreekbaar dit gif is.

Noteer de term die wordt gebruikt voor zo'n slecht afbreekbare gifstof.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag C
[P] Populatie- en ecosysteemniveau[P3] Interactie in ecosystemen[Biologie voor Jou] H6: Mens en Milieu
1p

De onderzoekers troffen in de koolmezen uit één nest de herbicide fluroxypyr meptyl aan.

Verklaar hoe een herbicide in de jonge koolmezen terecht kan komen.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag D
[O] Orgaan- en organismeniveau[O1] Stofwisseling van het organisme [Biologie voor Jou] H12: Voeding en Vertering
2p

Veel van de insecticiden uit tabel 1 worden gebruikt als bestrijdingsmiddel tegen vlooien en teken bij honden en katten. Henriëtte ontvlooit haar hond elke vier weken met zo'n middel. Misschien hebben jonge koolmezen in haar tuin de gifstoffen via de huid opgenomen na contact met de haren van de hond. Koolmezen gebruiken haren namelijk als binnenbekleding van het nest (afbeelding 2).

Gifstoffen kunnen echter veel gemakkelijker via de darm worden opgenomen dan via de huid.

Noteer een eigenschap op orgaanniveau waardoor opname via de darm makkelijker verloopt.

Noteer een eigenschap op celniveau waardoor opname via de darm makkelijker verloopt.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag E
[A] Vaardigheden[Biologie voor Jou] H1: Inleiding in Biologie
1p

Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft ook de haren uit nestjes met dode koolmeesjongen onderzocht. De gevonden haren bleken permethrin, DEET, fipronil en imidacloprid te bevatten. Een landelijk dagblad publiceerde na dit onderzoek een artikel met de volgende kop: "Koolmeesjes sterven massaal door vlooien- en tekengif". Toen Henriëtte dat las voelde ze zich weer schuldig aan de dood van de koolmeesjongen.

Beargumenteer dat de onderzoekers deze kop niet als conclusie zullen hebben gepresenteerd.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Antwoordmodel

Volgende opgave: Drop →