maximumscore 3
uitkomst: (−)1,0⋅102 N
voorbeeld van een antwoord:
methode 1
Voor de relatie tussen arbeid en kinetische energie geldt ΣW=ΔEk.
Invullen van W=Fs en Ek=21mv2 levert:
F⋅1,5⋅103=21⋅71⋅(502−82,22).
Uitwerken levert: F=−1,0⋅102 N.
- gebruik van ΣW=ΔEk [1]
- gebruik van Ek=21mv2 en W=Fs [1]
- completeren van de berekening [1]
of
methode 2
Om de gemiddelde remkracht te berekenen mag de beweging worden beschouwd als eenparig versneld. De gemiddelde snelheid was vgem=2vbegin+veind=282,2+50=66,1 m s−1.
Over 1,5 km doen ze dan t=vgems=66,11,5⋅103=22,7 s.
Het verschil in snelheid was Δv=veind−vbegin=50−82,2=−32,2 m s−1.
De gemiddelde kracht tijdens het afremmen was dan F=ma=mΔtΔv=71⋅22,7−32,2=−1,0⋅102 N.
- gebruik van s=vt en inzicht dat vgem=2vbegin+veind [1]
- gebruik van F=ma en a=ΔtΔv [1]
- completeren van de berekening [1]