Hout bevat vooral de biopolymeren cellulose en lignine. Bij de isolatie van cellulose voor bijvoorbeeld papier, komt een grote hoeveelheid lignine vrij. De stof lignine kent nog weinig toepassingen. In hout komen ook andere biopolymeren voor, zoals glucomannan. Glucomannan is een polysacharide, opgebouwd uit ()-D-glucose en D-mannose. De structuur van een molecuul D-mannose is gelijk aan die van ()-D-glucose, waarbij de stereochemie op C2 anders is. De koppeling tussen beide monosachariden vindt uitsluitend plaats via de OH-groepen op C1 en C4.
Teken de structuurformule van een gedeelte van een molecuul glucomannan. Dit gedeelte moet komen uit het midden van het molecuul en moet zijn ontstaan uit een molecuul D-mannose en een molecuul ()-D-glucose. Gebruik de notatie die ook in het informatieboek wordt gehanteerd. Gebruik Binas-tabel 67F1 of ScienceData-tabel 13.1d.
Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.







