Skûtsjesilen

Opgave 2 (vraag 5 t/m 9) uit eindexamen Wiskunde A VWO 2022 tijdvak 2

Vraag A
[B] Algebra en tellen[B2] Telproblemen[Getal en Ruimte] H4: Combinatoriek
3p

Elk jaar vindt in Friesland het skûtsjesilen plaats. Dit zijn zeilwedstrijden met oude vrachtschepen, skûtsjes genaamd. Er zijn twee organisaties die deze wedstrijden organiseren: de SKS¹) en de IFKS²).

Voor het jaarlijkse SKS-kampioenschap worden 11 wedstrijden gezeild, waaraan 14 skûtsjes meedoen. Voor elke wedstrijd krijgen de skûtsjes punten in volgorde van aankomst. De winnaar krijgt 0,9 punt. Nummer twee krijgt 2 punten, nummer drie krijgt 3 punten, enzovoort. Zie de tabel.

uitslagpunten
winnaar0,9
2e plaats2
3e plaats3
......
14e plaats14

Na afloop van de 11 wedstrijden wordt voor elk skûtsje het slechtste resultaat geschrapt. De punten van de overige 10 wedstrijden worden per skûtsje bij elkaar opgeteld. Het skûtsje dat dan de minste punten heeft, is kampioen.

Onderzoek of het theoretisch mogelijk is dat elk skûtsje in de einduitslag een geheel aantal punten heeft.

noot 1 SKS = Sintrale Kommisie Skûtsjesilen

noot 2 IFKS = Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag B
[B] Algebra en tellen[B1] Algebra[Getal en Ruimte] H3: Rekenen en herleiden
2p

De afmetingen van de deelnemende skûtsjes zijn niet identiek. Om er toch een eerlijke wedstrijd van te maken, wordt voor elk skûtsje het maximaal toegestane zeiloppervlak berekend.

In eerste instantie rekende de SKS met formule Amels, maar deze formule is in 2000 aangepast en opnieuw aangepast in 2016:

S=1,90⋅L⋅(B+2D)(formule Amels)S = 1,90 \cdot L \cdot (B + 2D) \quad \text{(formule Amels)} S=2,15⋅L⋅(B+2D)(formule 2000)S = 2,15 \cdot L \cdot (B + 2D) \quad \text{(formule 2000)} S=2,15⋅L⋅(23B+1,25+2D)(formule 2016)S = 2,15 \cdot L \cdot \left(\frac{2}{3} B + 1,25 + 2D\right) \quad \text{(formule 2016)}

Hierin is SS het maximaal toegestane zeiloppervlak in m2\text{m}^2, LL de lengte van het skûtsje, BB de breedte en DD de diepgang (LL, BB en DD in meters).

De invoering van formule 2000 had tot gevolg dat elk skûtsje hetzelfde percentage extra zeil mocht hebben.

Bereken het percentage extra zeil dat elk skûtsje van formule 2000 mag hebben ten opzichte van formule Amels. Geef je antwoord in hele procenten.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag C
[B] Algebra en tellen[B1] Algebra[Getal en Ruimte] H1: Formules en Grafieken
4p

Een van de skûtsjes is 17,13 m lang en 3,57 m breed en mag volgens formule 2000 een maximaal zeiloppervlak van 160,2 m2160,2\ \text{m}^2 hebben.

Bereken hoeveel m2\text{m}^2 zeiloppervlak dit skûtsje volgens formule 2016 meer mag hebben dan volgens formule 2000. Geef je antwoord in één decimaal.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag D
[C] Verbanden[C2] Functies, grafieken, vergelijkingen en ongelijkheden [Getal en Ruimte] H1: Formules en Grafieken
3p

Voor het IFKS-kampioenschap worden andere regels gehanteerd voor het maximaal toegestane zeiloppervlak. Hier wordt gebruikgemaakt van de volgende formule:

S=(3,2525−0,05L)⋅L⋅B(formule IFKS)S = (3,2525 - 0,05L) \cdot L \cdot B \quad \text{(formule IFKS)}

Hierin is SS het maximaal toegestane zeiloppervlak in m2\text{m}^2, LL de lengte van het skûtsje en BB de breedte (LL en BB in meters).

Voor een skûtsje met een breedte van 3,52 m en een diepgang van 0,42 m geeft formule 2016 van de SKS een zeiloppervlak dat 25 m225\,\text{m}^2 groter is dan het toegestane zeiloppervlak volgens formule IFKS.

Bereken de lengte van dit skûtsje. Geef je antwoord in meters en in twee decimalen.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag E
[D] Verandering[D3] Afgeleide[Getal en Ruimte] H8: Differentiaalrekening
5p

Een skûtsje heeft altijd een lengte LL tussen de 12 en 20 meter.

Bij een vaste breedte van het skûtsje geldt: hoe langer het skûtsje, des te groter het maximaal toegestane zeiloppervlak.

Dit is echter niet meteen duidelijk te zien in formule IFKS.

Om dit aan te tonen kun je een vaste waarde voor BB kiezen en daarna laten zien dat de afgeleide dSdL\dfrac{\mathrm{d}S}{\mathrm{d}L} van formule IFKS positief is.

Kies een vaste waarde voor BB, stel hiermee de afgeleide dSdL\dfrac{\mathrm{d}S}{\mathrm{d}L} op en toon aan, zonder een schets te maken, dat voor een skûtsje de afgeleide van formule IFKS positief is.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Antwoordmodel

Volgende opgave: Waalbrug →