De veldleeuwerik

Opgave 5 (vraag 13 t/m 14) uit eindexamen Wiskunde B HAVO 2025 tijdvak 1

Vraag A
[B] Functies, grafieken en vergelijkingen[B1] Standaardfuncties
3p

Het aantal veldleeuweriken in Nederland wordt jaarlijks bijgehouden. Het verloop van het percentage veldleeuweriken kan met een exponentieel verband worden benaderd. In de figuur is de grafiek bij dit exponentiële verband getekend. Hierbij wordt uitgegaan van een jaarlijkse afname van het percentage veldleeuweriken met 5%.

Een vogelbeschermer beweert dat volgens dit model in het jaar 2040 minder dan 4% over zal zijn van het aantal veldleeuweriken in 1990. Onderzoek of de uitspraak van de vogelbeschermer juist is.

Figuur 2 bij vraag 13 van opgave De veldleeuwerik (Wiskunde B HAVO 2025)

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag B
[B] Functies, grafieken en vergelijkingen[B2] Vergelijkingen en ongelijkheden
4p

De metingen voor de periode 1990-2014 kunnen ook worden benaderd met een kwadratisch verband waarvan de grafiek door het punt (0,100)(0, 100) gaat. Een formule bij dit verband is dus van de vorm P=at2+bt+100P=at^{2}+bt+100. Hierin is PP het percentage veldleeuweriken ten opzichte van 1990 en tt het aantal jaren na 1990. Andere punten op de grafiek van dit kwadratisch verband zijn (10;58,66)(10;58,66) en (20;36,52)(20;36,52). Je kunt hieruit afleiden dat a=0,10a=0,10 en b=−5,09b=-5,09. Deze twee waarden zijn afgerond, en kunnen nauwkeuriger worden berekend.

Bereken algebraïsch de waarden van aa en bb in drie decimalen.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Antwoordmodel

Volgende opgave: Dezelfde y-coördinaat →