Sloeproeien

Opgave 2 (vraag 3 t/m 5) uit eindexamen Wiskunde B HAVO 2025 tijdvak 2

Vraag A
[A] Vaardigheden[A3] Wiskundige vaardigheden
4p

Bij een wedstrijd sloeproeien wordt er geroeid in houten sloepen. Zie de foto. Bij zo'n wedstrijd kunnen de vorm en de grootte van de sloepen en het aantal roeiers per sloep verschillen. Hiermee wordt rekening gehouden bij het bepalen van de uitslag van de wedstrijd.

De sloep waarin het gemiddelde geleverde vermogen PP per roeier het grootst is, wint. De waarde van PP wordt na afloop van de wedstrijd als volgt berekend: Eerst wordt op basis van de tijd die een sloep nodig had om de wedstrijdafstand af te leggen de gemiddelde snelheid vv van de sloep berekend. Daarna wordt voor de sloep een waarde WW berekend die aangeeft hoe makkelijk of moeilijk de sloep door het water glijdt. De waarde van WW is afhankelijk van de vorm van de sloep en de gemiddelde snelheid van de sloep. Er geldt:

W=A1−B⋅v2(formule 1)W=\frac{A}{1-B\cdot v^{2}} \quad \text{(formule 1)}

Hierin zijn AA en BB constanten die afhankelijk zijn van de vorm van de sloep en is vv de gemiddelde snelheid van de sloep in m/s\text{m/s}.

Ten slotte wordt het gemiddelde geleverde vermogen PP per roeier in watt berekend:

P=1n⋅W⋅v3(formule 2)P=\frac{1}{n}\cdot W\cdot v^{3} \quad \text{(formule 2)}

Hierin is nn het aantal roeiers in de sloep, WW de waarde die volgt uit formule 1 en vv de gemiddelde snelheid van de sloep in m/s\text{m/s}.

Bij een wedstrijd hebben de roeiers in sloep 1 en sloep 2 een afstand van 17,3 km geroeid. Na afloop van de wedstrijd wordt voor beide sloepen de waarde van PP berekend. De sloep met de hoogste waarde wint. Voor sloep 1 is de waarde van PP al berekend. Zie de tabel.

sloepnABv(m/s)v(\text{m/s})P (watt)
1821,360,052,6273,1
21023,040,08

Sloep 2 heeft de afstand van 17,3 km afgelegd in een tijd van 1 uur, 53 minuten en 58 seconden.

Onderzoek welk van de twee sloepen de wedstrijd heeft gewonnen.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag B
[B] Functies, grafieken en vergelijkingen[B2] Vergelijkingen en ongelijkheden
3p

Stel dat een van de acht roeiers in sloep 1 niet mee roeit maar alleen stuurt en dat voor de overige zeven roeiers het gemiddelde geleverde vermogen PP per roeier 73,1 watt blijft. Volgens de formules zou dan de gemiddelde snelheid van deze sloep – met nu dus zeven roeiers - lager zijn dan de 2,62 m/s2,62\ \text{m/s} in de tabel.

Bereken de gemiddelde snelheid van sloep 1 in m/s\text{m/s} in deze situatie. Geef je eindantwoord in twee decimalen.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Vraag C
[A] Vaardigheden[A3] Wiskundige vaardigheden
3p

De gemiddelde snelheid vv van sloep 1 ligt ook tijdens andere wedstrijden tussen 2 en 3 m/s3\ \text{m/s}. Voor de waarde WW van sloep 1 geldt:

W=21,361−0,05⋅v2(formule 3)W=\frac{21,36}{1-0,05\cdot v^{2}} \quad \text{(formule 3)}

Met formule 3 kan voor sloep 1 beredeneerd worden dat hoe groter de waarde van vv is, hoe groter de waarde van WW is.

Geef deze redenering. Het geven van een getallenvoorbeeld of een verwijzing naar een grafiek is niet voldoende.

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.

Antwoordmodel

Volgende opgave: Een exponentiële functie →